Whitepaper · 20 pagina's · Oktober 2026
Wat gebeurt er met jongeren terwijl ze wachten?
Jongeren met een eetstoornis wachten vaak maanden op passende hulp. In die tijd kan hun situatie verslechteren en dragen ouders de zorg thuis. Deze whitepaper laat zien wat er in de wachtfase gebeurt en hoe zorgorganisaties en gemeenten die fase structureel kunnen organiseren.
66,7%
wacht of wachtte langer dan zes maanden op passende hulp
51,9%
krijgt geen ondersteuning tijdens het wachten
Bron: eigen doelgroeponderzoek UNOVA, 2026. Verkennend onderzoek, niet zonder meer representatief.

Ontvang de whitepaper
Wat je leest
Wat er in de wachtfase echt gebeurt
- 1
Waarom wachten geen neutrale periode is
Wat uitgestelde hulp betekent voor de jongere en voor het gezin.
- 2
Het capaciteitsdilemma
Waarom ondersteuning tijdens het wachten concurreert met de capaciteit om behandeling te starten.
- 3
Waarom niemand weet hoeveel jongeren wachten
Wat landelijke bronnen wel en niet laten zien.
- 4
Wat jongeren en ouders zelf vertellen
De uitkomsten van ons eigen doelgroeponderzoek.
- 5
Hoe je de wachtfase structureel organiseert
De aanpak van UNOVA en hoe een pilot eruit kan zien.
“Hier moet dringend meer aandacht voor komen en een concreet aanbod.”
Voor wie
Voor zorgorganisaties
Een volledig wachttijdaanbod vanaf aanmelding, zonder het zelf te ontwikkelen. Schaarse professionele capaciteit blijft beschikbaar voor wie individuele aandacht nodig heeft.
Voor gemeenten en regio's
Geaggregeerd inzicht in ondersteuningsbehoeften tijdens het wachten, als basis voor regionale afspraken.
Voor jongeren en ouders
Ondersteuning vanaf het moment dat hulp nodig is, met een eigen route voor jongeren én voor ouders.
Wie dit schreef
Britt Speijer
Oprichter UNOVA
Britt Speijer is oprichter van UNOVA, het platform dat de wachtfase organiseert voor jongeren met eetproblematiek en hun ouders.
Plan een kennismaking met BrittBenieuwd naar de inzichten uit onze whitepaper?
Vraag de whitepaper aanUNOVA biedt ondersteuning tijdens het wachten. Diagnostiek, behandeling en medisch toezicht blijven bij bevoegde zorgprofessionals.
